1999 FRANKRIJK “Le Tour De Briquet”

Na de onvergetelijke tourtocht van vorig jaar waarbij naast het motorrijden flink werd gefeest tijdens de Wereldkampioenschappen voetbal van dat jaar, besloten we (ik en een collega van het werk!) ook dit jaar tot een rondje Frankrijk. Immers over het weer hadden we niet te klagen gehad, evenmin over de gezelligheid en de natuur, waar het voortreffelijk motorrijden is. Dit jaar geen voetbal in Frankrijk dus hadden we als doel een weekend Turijn uitgekozen. Immers in dec ”98 konden we nog niet weten hoe het Juventus later zal vergaan.  Samen met Eric, die een Kawa Vulcan-800 berijdt, verzamelden we alles op het gebied van Franse motorroutes. Het hotelletje in Turijn hadden we rondom de kerstdagen al vastgelegd en zodoende bleef er flink wat tijd over om e.e.a. goed voor te bereiden. Natuurlijk werden de motoren nog eens aan een onderhoudsbeurt onderworpen en werd er flink gepoetst om op dinsdag 1 juni te kunnen vertrekken.

Dinsdag 1 juni 1999:
Nadat alle bagage was opgeladen, namen we nog een heerlijk Hollands bakje koffie en deden we als goede rokers nog wat extra aanstekers in de tassen. Rond negen uur konden we vanuit Bergen op Zoom vertrekken. De eerste dag wilden we zoveel mogelijk km’s maken, dus werd gekozen voor de snelweg Antwerpen – Brussel – Namen. Middels het boekje van Bert Loorbach (motor toergids Frankrijk ISBN90-215-9338-6) hadden we gekozen om vanaf Namen de route langs de Maas richting Zuiden te nemen. Via de N-92 richting Dinant, alwaar we de eerste Franse omleiding tegenkwamen. Dit gaf enkele km’s omweg, waarbij bleek dat we gewoon een rondje gereden hadden. Toch vonden we vrij snel het vervolg van de geplande route over de D-964 en D-164 richting Void. De gehele dag bleef het lichtbewolkt en zelfs bij aankomst om een uur of vijf te Neufchateau moesten we vlug onze motorkleding omwisselen met het camping-kostuum. Hier bleek dat de Virago 485 km had afgelegd en de Kawa 490, maar deze was na aankomst even om een paar frisse biertjes in de supermarkt gereden. Na het avondeten vielen de eerste druppels, maar in de gezellige plaatselijke bar hadden we daar gelukkig geen last van. Toch moesten we onze eerste reserve aanstekers opzoeken om het laatste peukje van de dag te kunnen opsteken.
Bergen op Zoom – Antwerpen – Brussel – Namen N95 – Stenay – Void – Neufchateau (490 km)

Woensdag 2 juni 1999:
Deze dag vervolgden we de route langs de Maas om daarna via de Elzas richting de Ain te gaan. Ook dit geheel volgens de beschrijving van B. Loorbach’s boekje. De dag was mooi begonnen en de route werd steeds mooier. Steeds meer heuvels en bossen kwamen ons tegemoet: Via Lure en Villersexel, richting Baume-Les-Dames. Het heerlijke zonnetje begon steeds meer kracht te geven maar de route vanuit het boekje was nog slechts tot Ornans en Cleron te volgen. Hierna waren we het pad bijster en moesten we noodgedwongen onze Franse les uit begin jaren “70 ter hulp roepen. Het stadje Doucier kenden vele Franse boeren gelukkig wel, zodat we via hun aanwijzingen vervolgden om vanaf deze plaats de route verder voort te zetten. Het steeds warmer wordende weer kreeg rond de klok van drieen een algehele omwenteling. Donkere wolken kwamen van over de heuvels. Tijdens de eerste druppels reden we net voorbij een soort van bushokje, waar beide motoren precies inpasten. Gelukkig net op tijd want over de heuvels kwam nog meer zwaar onweer op ons af. Nadat de hagelstenen van één cm doorsnede gevallen waren, zag het er niet naar uit dat het nog droog zou worden. Door de stromende regen zetten we de route verder, met dien verstande om zo snel mogelijk in een leuk dorpje een hotelletje op te zoeken. Clervaux-Les-Lacs klonk wel aardig en we waren inmiddels al doordrenkt. Regenkleding bood goede bescherming, maar een motorbril is tijdens regen geen echte luxe. De eerste twee hotels alwaar we de motor voor parkeerden en met regenkleding aan om een kamer vroegen bleken vol te zitten?? Gelukkig zagen we in een zijstraatje nog een hotel alwaar we vriendelijk werden ontvangen. Alles zag er niet even fris uit, maar na een goed uurtje regen op de motor konden we wel wat legionella-bacterien uit de douche weerstaan. ’s-Avonds op het dorpspleintje bleek het toch een verlaten dorpje te zijn, maar een ontmoeting met een Nederlander die al jaren van de kunst leeft en bijna als God in Frankrijk, gaf hier toch nog wat sfeer. Ook bleek dat we deze tweede dag toch zo’n 335 km hadden afgelegd.
Neufchateau – Lure – Villersexel – Baume-Les-Dames – Ornans – Cleron – Pont d’Hery – Doucier – Clairvaux-Les-Lacs (335 km)

Donderdag 3 juni 1999:
Na bestudering van de route konden we deze nog een eind lang vervolgen. We zaten immers vlakbij het “Lac de Vouglans”, alwaar de route zich voortzette langs de Ain. De dag begon met een heerlijk zonnetje en alles was de afgelopen nacht heerlijk opgedroogd in het hotel. Nadat we de route hadden voortgezet bleek bij de eerste stop een veel mooiere route te liggen langs het meer. Met in gedachte dat we deze dag niet zoveel km’s moesten maken werd gekozen voor deze meer toeristische route. Hier bleek dat de route uit het boekje toch wat de wensen overliet en we voor een veel mooiere weg hadden gekozen. Dwars door verlaten gehuchtjes, die zeker wakker zijn geworden met het geluid van twee ronkende motoren. Langs de stuwdam van het meer via een omleiding wederom dwars door boerderijen, alwaar alleen een hond schijnt te wonen, richting Nantua. Dit mooie plaatsje iets ten zuiden van Genêve bleek een bijeenkomst van motorrijders te zijn. Tijdens een bakje koffie op het stadspleintje konden we genieten van voorbijkomende, vooral Duitse motorliefhebbers. Na een geleend vuurtje van de bareigenaar zetten we onze route voort met enkele tips van deze om niet te snel in Annecy aan te komen. Immers dat leek ons een uitermate geschikte plaats om vanaf daar de route over de Alpen te maken. Na Nantua reden we een eind zuidwaarts langs de Rhône via de D-991 om vervolgens aan de andere kant via de N508 naar het noorden richting Annecy te gaan. Heerlijk bochtenwerk op deze wegen aan de voet van de Alpen. Om een uur of drie en een 185 km achter de rug hadden we in Annecy een camping gevonden. Het meer lag op slechts enkele meters afstand zodat we daar eerst eens gingen genieten van een lekker pilsje en kijken naar het recreërende volk. Terug op de camping bleek er voor een uur geen water te zijn zodat een verfrissende douche even op zich liet wachten. Met het avondeten was er volop water maar dan van boven, dat tot diep in de nacht met bakken naar beneden kwam. Vanaf 05.00 was het droog, dus besloten we om een uur of 7 in de morgen te vertrekken voor de Alpenrit naar Turijn.
Clervaux-Les-Lacs – Orgelet – Lac De Vouglans – Izernore – Nantua – D99/D991/N508 – Annecy (185 km)

Vrijdag 4 juni 1999:
Ondanks de vroege en frisse start hadden we volle moed om eindelijk vandaag eens wat grote passen met de motor te nemen. Vanaf Annecy vertrokken we richting La Clusaz over de D909 om van daaruit over de Col Des Avaris te gaan. Op zo’n 1488 meter reden we al door de wolken en konden onze zomerhandschoentjes het werk nauwelijks meer aan. Toch bleek de volgende Col van 2900 meter hoogte over de D902 nog meer erbarmelijkheden te geven. Sneeuw, gladde wegen en ijzige kou. Aangekomen in het dal konden we in Bourg St-Maurice  van enkele zonnestraaltjes door de wolken heen even op temperatuur komen. Hier moesten we noodgewongen onze laatste aanstekers gaan zoeken om een peukje op te steken. De geplande voortzetting over de Col D’Iseran bleek niet mogelijk te zijn, daar deze nog door sneeuwval was afgesloten. Motorrijders afkomstig uit Aosta vertelden ons dat de
 

Col de Pte-St-Bernard vreselijk koud was maar wel een mooie rit. We hadden geen andere keus om ook via deze pas richting Turijn te gaan dus vooruit maar! Zelf hadden we de motorrijders over onze achterliggende pas gestuurd en die bleek dus heel wat kouder dan de Bernard!!! Ondanks dat op de pas de sneeuw aan beide zijden 2 meter hoog lag was het heerlijk rijden met mooi bochtenwerk en schitterend uitzicht. Aan de voet van de Pte-St-Bernard in Italië klom de temperatuur op naar ruim 25 graden. Alle kou van voorheen hadden we vlug vergeten en zetten onze route voort via de SS 26 via Aosta in een boog naar Turijn. De drukte kwam ons zeker bij het naderen van de stad tegemoet. Ondanks de vrijdagavondspits konden we in Turijn al vrij snel ons hotelletje vinden. In totaal hadden we 345 km in  9 uur gereden. Volgens ons niet slecht voor zo’n eerste Alpen etappe en we zijn zeker meer natuurgenieters dan snelheidsmaniakken! Holiday Inn mag dan een bekende naam zijn, zeker gezien de prijs/kwaliteit verhouding was het een genot om twee dagen te genieten in deze luxe. Jammer dat de aanwezige sauna op de kamer een omschrijving in het Italiaans had, zodat er niets anders overbleef om een gewone douche te nemen.
Annecy – La Clusaz – Bourg st-Maurice – Col de pt St-Bernardo – Aosta – Ivrea – Turijn (350 km)

Zaterdag 5 juni 1999:
Geen gebruik kunnen maken van het ontbijt. Wisten wij veel dat die Italianen tot 2 uur ’s-nachts zitten te eten en daarna pas een cafeetje opzoeken? Voor de gezelligheid hebben we ons maar aangepast. Alleen het hotel had Nederlandse normen. Ontbijtje in de stad met een heerlijke wandeling langs de mooie monumenten bracht ons tot rust van 4 dagen motorrijden. ’s-Avonds ons aangepast aan de Italianen, met dien verstande dat we de volgend ochtend ons ontbijt niet wilden missen!

Maandag 7 juni 1999:
Vandaag zo’n 250 km voor de boeg, en de dag begon mooi en het zou volgens de eigenaars van het hotelletje een mooie route worden,. Allereerst beklommen we de Col De Vars met een hoogte van zo’n 2110 meter. Het bochtenwerk ging ons steeds gemakkelijker af, maar toch bleef het opletten. Zeker gezien enkele weggeslagen stukken wegdek. We vervolgden onze weg naar de Col De Bonnette, die ik zeker iedereen als motorrijder kan aanraden. Men komt er slechts een handjevol auto’s tegen alsmede enkele motorrijders. De heerlijk rust en de wegschietende marmotten blijven naar je fluiten. Op 2800 meter moesten we gewoon even rondkijken en genieten. Vervolgens gingen we richting Isola om daarna via de D2565 en de D2566 door een schitterende natuur richting Ospel te gaan. Vanaf hier daalden we heerlijk af met uitzicht op de Middellandse Zee naar Menton, alwaar we een camping namen. Als geen echte Francofiel kwamen we er al vlug achter dat de Cote D’Azur louter zo heet omdat ze hier geld willen verdienen. Een pilsje op een terras wordt niet aanbevolen. Met een verkeerd t-shirt aan en een ringetje in het oor mag men er zelfs geen plaats nemen!! Menton is duidelijk een plaats waar iedereen komt, die Monaco net niet kan betalen maar er toch bij wilt horen.
Guillestre – Col de Vars – Col De La Bonette – Isola – Roquebilliere – Sospel – Menton (250 km)

Dinsdag 8 juni 1999:
Omdat we vorig jaar tijdens onze Tour D’Orange van Marseille langs de schitterende kustweg naar Cannes hadden gereden, besloten we nu om vanaf Menton langs de kustlijn naar Cannes de route voort te zetten. Nadat we eerst even in Monaco onze motoren op de stoep hadden gezet en ons een blik gunden op de well-overdone jachten, zetten we onze tocht voort. Toch bleek dit stukje kustweg veel drukker als vorig jaar de andere kant en na enkele uren worstelen om in Nice aan te komen, besloten we in deze drukke stad de snellere route via de A8 richting Cannes te nemen. Hier vervolgden we onze weg binnendoor naar de Canyon du Verdon. Via Mandelieu en Tanneron konden we met regelmaat genieten van het uitzicht over de Middellandse Zee. Via een bosrijke omgeving kwamen we langzaam in de rotspartijen van de Verdon terecht. Vanaf Comps s. Artuby  is het zeker voor de motorrijder een genot om langs de Canyon Du Verdon te toeren. Aan het eind van deze zuidelijke route lag het Lac De St-Croix. Na 6 uur door rotspartijen en 210 km achter de rug , hadden we het voor deze dag wel gezien. Hier besloten we om onze tent op te slaan. Het rustige dorp Aiguines lag hier pal onder met een schitterend uitzicht op het meer met daarachter een grote vlakte met op de achtergrond de Mont Ventoux.
Menton – Monaco – Nice – Cannes – Mandelieu – Tanneron – Callas – Comps .s Artuby – Canyon De Verdon – Aigunes (210 km)

Donderdag 10 juni 1999:
De route naar de Ardêche hadden we vorig jaar als heenweg gekozen. We konden eigenlijk weinig anders gezien de tijd om langs dezelfde route richting Noorden te gaan. Toch kozen we voor een kleine omweg via Privas en dan de D2 richting Le Puy. Nog steeds geen spijt van deze schitterende weg door ook de Ardêche genoemd maar wel langs de rivier de Eyrieux. Vanaf Le Puy namen we de snelste weg naar het Noorden via de D906 over Thiers, Vichy, Moulins en langs het formule1-circuit Magny-Cours naar Nevers.  Precies op dezelfde camping alwaar we vorig jaar onze eerste avond doorbrachten, konden we na 475 km en 10 uur toeren onze tent opzetten. De eigenaar herkende ons nog en zelfs de kermis stond nog in de stad.
Vallon Pont d’Arc – Aubenas – Privas – Les Ollieres – St.Agreve – Le Ouy – Thiers – Vichy – Moulins – Nevers (475 km) 

Vrijdag 11 juni 1999:
De laatste dag die ons zou moeten thuisbrengen. Van Nevers richting Auxerre en Troyes om vandaar de N77 te volgen richting Frans-Belgische grens. De saaie op en neergaande weg is welbekend onder de vrachtwagenchauffeurs, die je met regelmaat moet inhalen. Als ontbijt hadden ze in tegenstelling tot alle andere dagen slechts koffie ter beschikking. Geen sandwich? Om 12 uur kregen we toch wel honger, maar op het terras in Suippes bleek de Garçon van het Italiaanse specialiteitenhuis zo goed Frans te kennen dat we Kip met friet kregen voorgeschoteld ipv een sandwich jambon? Aangekomen aan de grens wisten we al genoeg. We hadden waarschijnlijk een van de laatste uitgevoerde kippen uit België tot ons genomen. Een ludieke actie van de boeren omtrent de dioxine-kwestie kwam ons op een kleine omleiding aan de grens te staan. Zelf wisten we van niets, daar het nieuws ons een kleine 14 dagen niet had bereikt. Via de snelweg Charleroi, Brussel en Antwerpen stonden we na 660 km en 10 uur toeren terug thuis.
Nevers – Auxerre – Troyes – Chalons-en-Champagne – Suippes – Charlesville – Charleroi – Brussel – Antwerpen – Bergen op Zoom (660 km)

In 11 dagen hadden we bijna 75 uur op de motor gezeten. Totaal hadden we 3400 km afgelegd. De tocht koste ons zeker 6 aanstekers (Briquets) en een twee maal noodgewongen overnachting in een hotelletje door het slechte weer. Naast bewolking, zonneschijn ook sneeuw, hagel en motregen mogen ontvangen. Toch vergeet men de ontberingen al vlug en denkt men terug aan de schitterende natuur en de zonneschijn. Slechts eenmaal geschrokken toen de Virago750 uit 1991 niet wilde starten (het bekende startprobleem?) Na een klein duwtje verder geen problemen meer gehad, Ook Eric’s Kawasaki Vulcan van “96 had het goed volgehouden tijdens deze toer! Het hulpboekje van  Bert Loorbach viel ons wat tegen vwb de routes. We zijn er een paar keer vanaf geweken en kwamen tot conclusie dat hij beter deze routes had kunnen nemen. Frankrijk is en blijft een mooi land om met de motor te bekijken. Toch lijkt me de volgende stap om eens richting Ierland of Schotland te gaan. Slecht weer kunnen we nu toch wel een beetje aan en zonder tentje, maar dan reizen van B&B tot B&B mag toch ook niet te duur zijn.